Ouderlijk gezag
Ouders die gezag uitoefenen zijn verplicht het kind te verzorgen en op te voeden. Zij zijn onderhoudsplichtig totdat het kind 21 jaar wordt. Ouders die getrouwd zijn hebben gezamenlijk gezag over het kind. Ook na een scheiding blijven de ouders gezamenlijk het gezag uitoefenen. Wil één van de ouders dit niet dan moet hij of zij de rechter vragen het gezag aan één van hen beiden toe te wijzen, anders zorgen zij samen voor het kind. Vaak zal dan één van de ouders dit doen, wel moeten ze de belangrijke beslissingen dan samen nemen.
Als één van de ouders het gezag alleen wil dan bepaald de rechter welke ouder voortaan het gezag uitoefent. Zijn er meer kinderen dan wordt dit voor ieder kind afzonderlijk bepaald. Als de ouders het eens zijn en samen een voorstel doen dan zal de rechter dit vaak overnemen. Als één van beiden ouders het niet eens is met de uitspraak dan kunnen zij uiteraard in beroep gaan. In alle gevallen gaat de rechter bij zijn beslissing uit van het belang van het kind. Als het kind 12 jaar of ouder is, zal de rechter het kind altijd horen en om zijn mening vragen en dat zal zwaar meewegen.
Gezamenlijk gezag
We spreken van een gezamenlijk gezag als één van de ouders samen met een partner, die zelf niet de ouder is, het gezag over de kinderen uitoefent.
Gezamenlijk gezag is in de wet aangemerkt als ouderlijk gezag. Dit houdt in dat het gezag van de niet-ouder even zwaar weegt als het gezag van de ouder.
Het gezamenlijke gezag kan eindigen doormiddel van een verzoek van één van beiden bij de rechtbank. De niet-ouder blijft wel onderhoudsplichtig.
Omgang
Kinderen en ouders hebben recht op omgang met elkaar. Het beste is natuurlijk als de ouders samen met de kinderen afspraken kunnen maken over de omgangsregelingen. Tijdens de scheidingsprocedure kunnen ze de rechter vragen om dit vast te stellen. Een ouder kan de rechter vragen de andere ouder het recht op omgang te ontzeggen.
Informatie
De ouder die het gezag heeft over het kind moet de andere ouder op de hoogte houden van belangrijke zaken die met het kind te maken hebben, bijvoorbeeld gezondheid en school. Bovendien moet de ouder die het gezag heeft de andere ouder raadplegen bij belangrijke beslissingen die het kind aangaan. De rechter kan een informatie- en consultatieregeling vaststellen.
Voor meer informatie kunt u terecht bij de raad van de kinderbescherming en het buro voor rechtshulp.